Veel ondernemers hielden er dit jaar rekening mee dat hun spaargeld en beleggingen in box 3 zwaarder belast zouden worden. Het kabinet kondigde vorig jaar september namelijk aan dat het heffingsvrije vermogen fors omlaag zou gaan, van 57.684 euro naar iets meer dan 51.000 euro per persoon. Wie dat plan nog in het achterhoofd had bij het voorbereiden van de aangifte over 2026, kan het bijstellen. Het is anders gelopen dan aangekondigd.
Wat het kabinet eerst van plan was
Het oorspronkelijke voorstel uit het Belastingplan 2026 was helder: de vrijstelling in box 3 zou dalen om een deel van de gemiste belastinginkomsten te compenseren. Die inkomsten liepen mis doordat de invoering van een nieuw box 3-stelsel, gebaseerd op werkelijk rendement, opnieuw is vertraagd. Naast de lagere vrijstelling zou ook het fictieve rendement op beleggingen en ander vermogen omhoog gaan. Voor ondernemers met spaargeld naast de zaak, een tweede pand of een effectenportefeuille zag dat er niet gunstig uit.
Ook op de zelfstandigenaftrek werd al fors bezuinigd. De zelfstandigenaftrek zakt dit jaar opnieuw fors, dus een extra tegenvaller in box 3 kwam voor veel zzp'ers op een ongelukkig moment.
Waarom het toch anders liep
Tijdens de parlementaire behandeling is het plan om de vrijstelling te verlagen geschrapt. In plaats van een daling gaat het heffingsvrije vermogen voor 2026 juist omhoog, naar 59.357 euro per persoon. Heb je een fiscale partner, dan geldt samen een vrijstelling van 118.714 euro. Dat blijkt uit de actuele cijfers van de Belastingdienst zelf, die de definitieve bedragen voor het belastingjaar publiceert.
De verklaring zit in de jaarlijkse indexering. Normaal gesproken stijgt de vrijstelling elk jaar een klein beetje mee met de inflatie. Het kabinet wilde die stijging dit jaar juist ombuigen naar een daling, maar kreeg dat voorstel niet door de Kamer. Het resultaat is dat de gewone indexering gewoon is doorgegaan en de vrijstelling hoger uitvalt dan in 2025.
Wat dit betekent voor jouw aangifte
Voor de meeste ondernemers met een bescheiden spaarpotje naast de zaak scheelt dit relatief weinig, maar het telt wel op. Stel je hebt 65.000 euro aan spaargeld en beleggingen staan buiten je onderneming. Onder het oorspronkelijke plan zou daar een fors deel van belast worden tegen 36 procent. Met de hogere vrijstelling van 59.357 euro blijft een groter deel buiten schot.
Let wel op: het tarief zelf blijft in 2026 gewoon op 36 procent staan. Alleen de grens waarboven je belasting betaalt, is gunstiger uitgevallen dan aangekondigd. Wie via de tegenbewijsregeling aangifte doet op basis van werkelijk rendement, merkt sowieso weinig van deze aanpassing, want die regeling kijkt naar je daadwerkelijke opbrengsten in plaats van een forfaitair bedrag.
Extra let op als je ook zakelijk vermogen hebt
Voor eenmanszaken en vof's zit het ondernemingsvermogen doorgaans in box 1, niet in box 3. Box 3 raakt vooral het privévermogen dat je naast de zaak opbouwt: een tweede spaarrekening, een beleggingsportefeuille of een verhuurd pand dat niet tot je bedrijfsvermogen hoort. Werk je met een bv, dan valt het vermogen op de balans van de bv juist buiten box 3 en betaal je daar vennootschapsbelasting over. De hogere vrijstelling is dus vooral relevant voor ondernemers die privé sparen of beleggen, niet voor wat er op de zakelijke rekening staat.
Twijfel je of iets nog binnen je zakelijke administratie valt of al onder je privévermogen? Dat is precies het soort onderscheid waar je boekhouding scherp op moet staan. Onze boekhoudingstips voor beginnende zzp'ers gaan dieper in op het scheiden van zakelijk en privé.
Zo check je snel of je boven de grens zit
Tel je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen buiten de zaak bij elkaar op en trek daar je schulden vanaf. Zit je onder de 59.357 euro (of 118.714 euro met fiscale partner), dan betaal je over dit deel van je vermogen geen box 3-belasting. Zit je erboven, dan wordt alleen het bedrag daarboven belast, niet je hele vermogen.
De Belastingdienst publiceert de definitieve bedragen en rekenvoorbeelden voor elk belastingjaar op de eigen site, dus dat is de plek om te checken of jouw situatie klopt met wat hierboven staat. Handhaving rondom aangiftes wordt de laatste jaren strenger, ook op andere vlakken: lees ook hoe de Belastingdienst strenger controleert bij het inhuren van zzp'ers als je zelf ook personeel of freelancers inzet.
Er is nog een reden om dit dossier de komende jaren te blijven volgen. Het kabinet werkt aan een nieuw box 3-stelsel waarin niet langer een fictief rendement wordt belast, maar je werkelijke opbrengsten. De Tweede Kamer heeft dit voorjaar al ingestemd met het wetsvoorstel, maar de Eerste Kamer moet nog akkoord gaan en de beoogde ingangsdatum staat op 1 januari 2028. Tot die tijd geldt het huidige systeem met vrijstelling en forfaitair tarief, inclusief de tegenbewijsregeling voor wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager lag.
Voor ondernemers die vermogen aan het opbouwen zijn, is dit een goed moment om verder te kijken dan alleen de vrijstelling van dit jaar. Ga je een pand kopen om te verhuren, bouw je een beleggingsportefeuille op naast je onderneming, of denk je aan een spaarbuffer voor mindere maanden? Houd er rekening mee dat de spelregels in 2028 wijzigen. Een boekhouder of fiscalist die meedenkt over de timing van grote financiële beslissingen, kan je dan een hoop belasting besparen. Dat geldt zeker als je vermogen dicht bij de vrijstellingsgrens zit, want een paar duizend euro meer of minder kan het verschil maken tussen wel of geen belasting betalen.
Grootste les van dit jaar: ga niet blind af op een kabinetsplan uit september. Tussen een voorstel en de definitieve cijfers zit soms een wereld van verschil, en dat verschil kan in jouw voordeel uitpakken.